1. Het lichaam is een eenheid; de persoon is een eenheid van lichaam, geest en spirit.

Alle structuren en functies zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden.

 

Door anatomische en fysiologische relaties kan een lokaal probleem aanleiding geven tot symptomen op een totaal andere plaats dan waar het probleem oorspronkelijk is begonnen. Zo kan een schouderklacht het gevolg zijn van een eerder opgetreden zogenaamd verschot. Een verschot in de onderrug dat de patiënt niet in verband brengt met zijn/haar huidige klacht. Dit verklaart waarom osteopaten doorgaans onderzoeken en behandelen op een plaats waar de patiënt geen directe symptomen vertoont.

 

De mens functioneert als een eenheid, waarbij het fysieke (lichamelijke) en het psychische (geestelijke) één geheel vormen. De  oorsprong van symptomen kan zich dan ook op verscheidene vlakken bevinden. Een rugklacht kan veroorzaakt worden door een zogenaamde fysieke overbelasting (bv. verkeerde tiltechniek) maar kan tevens het gevolg zijn van een probleem op psychisch of sociaal vlak, of met betrekking tot de levenshygiëne (voeding). Raadgevingen in verband met de levenswijze (bv. de manier van tillen) en levenshygiëne (bv. voedingspatronen) maken dan ook deel uit van de behandeling.

 

2. Het lichaam is in staat tot zelfregulatie, zelfgenezing en tot handhaving van de gezondheid.

Tot op een bepaalde individuele drempel is het lichaam in staat om zijn gezondheid te handhaven en zich te verdedigen tegen allerlei vormen van 'agressie'.

 

Een ongeluk, een ziekte of operatie, stress of slechte voedingsgewoonten kunnen het evenwicht in die mate verstoren dat het lichaam hulp nodig heeft om zijn natuurlijk evenwicht te herstellen.

Door de verloren gegane beweging en zones van abnormale spanning te herstellen, stimuleren osteopaten het zelfgenezende vermogen zodat het lichaam de kans krijgt om opnieuw het evenwicht te herstellen.

 

3. Structuur en functie zijn terugkoppelend aan elkaar verbonden.

Een intacte structuur is noodzakelijk voor een goed functioneren. Een optimaal functioneren is een voorwaarde voor het behoud van de structuur. Bijvoorbeeld: een verkeerde of overmatige belasting (=functie) geeft op termijn aanleiding tot arthrose (structurele aanpassing). Dit leidt op zijn beurt weer tot een functieverandering, m.n. een verlies aan beweging.

 

Osteopaten zijn bij uitstek getraind om ook maar het geringste verlies aan beweging op te sporen en te behandelen. Hierdoor wordt het functioneren van de patiënt geoptimaliseerd. Afhankelijk van de mate waarin al dan niet structurele veranderingen  zijn ingetreden, zullen de klachten gedeeltelijk of volledig verdwijnen.

Vanuit preventief standpunt is het dan ook belangrijk dat de patiënt in een zo vroeg mogelijk stadium bij de osteopaat terechtkomt.